maandag 17 maart 2014

Strandfeest



Onverstoorbaar staat hij op het strand. Breed, zwart, vier poten stevig in het zand geplant. Eromheen danst een Paljas. Blaft, daagt uit, springt. Geen reactie. Dan legt de Paljas heel voorzichtig een poot op de machtige zwarte rug. Een diepe grom. Vrolijk danst mijn 
Twee stuiterballen en een Riesenschnauzer die zijn mannetje staat
Paljas een paar stappen achteruit. Maakt een diepe diepe spelboog. Speelblaft. Daagt uit. Onze wandeling over het strand vordert slechts zeer gestaag. Want zolang dat Slungelgeval stuitert, verroert de Zwarte Zeehond geen vin. 










Mijn eigen zwarte amuseert zich ook. Hij is ondertussen op onderzoekingstocht. Racet bij ons vandaan. Racet terug voor een koekje. Vindt een stuk bruinvis-vel. Wil dat helaas niet ruilen. Verorbert een deel ervan met smaak. Blijkbaar kostbaarder prooi dan mijn schoenen, die hij meest keurig voor mij neer legt. 

Die schoenen van mij zijn inmiddels nat. We lopen dicht bij zee en worden ingesloten door muien. We doorwaden ze maar. Dat doet Spot ook. Want in navolging van de Zwarte Beer durft hij best door het water. Zelfs een natte buik is geen probleem. 


Yeah, Tikkertje!

Pas de deux - met een Oeps momentje

Ja, hij reageert! Gelukt! 



Als ik Spot op een gegeven moment aanlijn om Gorby, die tenslotte al tien schijnt te zijn, even wat rust te gunnen, komt de deze gezellig zelf Spot opzoeken. Hij vindt het kennelijk wel leuk, zo’n jonge aanbidder. Op het laatste stuk strand blijft Shadow wel even aan de lijn. Teveel andere mensen met honden op het strand en meneer is wat onvoorspelbaar af en toe op het moment. Spot kan rustig los. Ik weet waar hij is. Bij zijn nieuwe vriend. 
Effe kletsen - in de verte verdwijnt Shadow



Na een uurtje of vier struinen zijn mens en hond tevreden. Moe maar voldaan. Wat een heerlijk uitwaai dagje. ’s Avonds ligt Spot een beetje te dromen. Ongetwijfeld van zijn nieuwe vriend. Waar ik nog twijfelde of Spot niet te lastig was, stelt mijn vriendin mij gerust. “Als hij het niet leuk had gevonden, had hij dat echt wel laten blijken en een boze Gorby… daar vergis je je niet in.” Ach, eigenlijk is het ergens wel logisch. Spot is een een charmeur, windt ook mijn moeder om zijn poot bijvoorbeeld. En zeg nou zelf, zo’n paljas kan je toch ook niet serieus nemen?



Rennuh!




Gorby - staatsieportret

vrijdag 14 maart 2014

Rodeo drive

Ik ben een luie musher. Of beter gezegd, ik heb mijn domicilie zo gekozen dat ik een luie musher kan zijn. Als ik wil kan ik vrijwel vanuit huis vertrekken op de step. Of ik begin met een paar honderd meter verharde weg, om dan rechtsaf de drek in te duiken. Of ik wandel met step in de ene en honden in de andere hand naar het begin van het konijnenbosje om volle vaart gelanceerd te worden. Of ik wandel dwars over het marktplein langs het oude cafe een zandpad in om lang en recht richting boomgaarden gesleurd te worden. De heren vinden het allemaal goed. 
Inmiddels zijn we zo ver in de training dat ik geen noodlijn meer nodig heb. Waar ik ook vertrek, ik kan ze laten zitten, de lijnen aan de harnassen haken, mijn handschoenen aandoen en de paar stappen naar mijn step lopen. Mits ik er maar op voorbereid ben dat we van stilstand naar volle vaart gaan als de een race-auto zodra ik het stuur optil. 
Omdat ik niet hoef te reizen en in een leeg stukje Nederland woon, hoef ik ook niet zo heel vroeg op. Zondag om half acht vertrekken en ik kan een ronde van een uur lopen en geen hond tegenkomen. Een enkele vroege vogel misschien. Zoals afgelopen zondag de fazantenhaan kort na vertrek. Goed voor een tussensprint. Normaal gaan we op dat stuk niet zo heel hard. Sterker nog, meestal wordt de haakse bocht naar rechts gebruikt voor een snelle plaspauze. Dit keer niet. Ze versnellen nog even door in de bocht waardoor het bekende “achterzijde zwenkt uit’  principe in werking treed. Waardoor ik bijna in de boom hang. 

We denderen het Beesels broek in, op zoek naar de hertjes die we de vorige keer zagen. En passant verrassen we een paar konijnen. Zie ik inderdaad een paar grote witte wipstaarten door het bos verdwijnen. De heren zien ze ook en lopen bijna achterstevoren. Maar ze lopen door en blijven op het pad. Op het volgende kleine stukje asfalt vertragen ze op mijn aandringen tot draf. Bij de t-splitsing willen zij naar rechts. Daar lonkt het “Dassenpaadje”. Ik niet, ik wil naar links. De remmen doorstaan de test, ik kan ze nog steeds tot stilstand krijgen en omkeren. Een gevoel van opluchting maakt zich van mij meester want de laatste tijd twijfelde ik daar soms aan, zeker als de “Dikke Zwarte’  (Shadow dus) vol gas geeft. 

Het zonnetje komt door en we stoppen even bij de Swalm. Zij om af te koelen, ik om op te warmen. In een keurige draf toeren we door de uiterwaarden. Op weg naar een van de mooiste plekjes in de wijde omgeving: de dode Maasarm, het water vaak rijk gedecoreerd met watervogels. Om daar te komen moeten we een stukje door een weiland. Met wat gegoochel komen we het smalle hekje door, altijd weer spannend omdat de weide vaak ook rijk gedecoreerd is met ganzen(stront). Net na het hekje gaat Spot rollen in het daar nog berijpte gras. Naief denk ik, hij heeft het warm zeker. Tevreden komt hij overeind met zijn kop vol gier. Dan zie ik de sporen van de injecteermachine. Zo is hij nu ook rijk gedecoreerd. 

Verderop in de weide, opzij van het “pad’  zit de familie Gans. Spot wil erheen maar probeert daarbij door Shadow heen te lopen. Die vindt dat niet goed, dus blijven we keurig rechtuit gaan. Ontspannen nemen we het bruggetje en komen we uit in ons speelbosje. Dat heet zo omdat het zulke leuke heuveltjes heeft, zowel voor step, mountainbike als trailrun-bezigheden. Enthousiast bestormen de heren de eerste zandheuvel. Bijna kan ik tot bovenaan blijven staan. 

Eenmaal boven gaat het gas er flink op. Goh, denk ik, wat fijn, ze hebben er nog zin in. Bij de eerstvolgende kruising besluit ik rechtdoor te gaan. Linksaf wacht namelijk een pad met aan het einde weer een nauwe doorgang tussen paaltjes door en meteen haakse bocht naar rechts. De grapjassen van de knooppunten routes hebben er onlangs nog een klein paaltje aan toegevoegd. Een zogeheten schenenbeuker. Pal daarachter een plek waar ooit een konijntje zat. Iets waarvoor mijn heren een feilloos geheugen hebben. Altijd goed voor een tussenversnelling. 

Ik begin voor de kruising al wat te remmen. Ik ken mijn mannen, die de neiging hebben te anticiperen op mijn wensen, c.q. de bekende weg te nemen. En dat is linksaf. Vol vertrouwen geef ik het commando “straight ahead”. Waarop de mannen alsnog vol de bocht om stuiven naar links. En ik uit mijn ooghoek daar, een paar meter van ons vandaan, twee ree├źn zie. De ene verdwijnt als een haas naar links en de andere naar rechts het bos in. Als twee tieners betrapt op een illegaal afspraakje. Gelukkig kunnen de mannen even niet kiezen. Shadow wil de linker achterna en Spot de rechter. Ik wil maar een ding, de step vasthouden. Het voorwiel zweeft al in de lucht, ik hang aan het stuur, de remmen dichtgeknepen en probeer kalm te blijven. Ondertussen visoenen van husky heren en stuiterende steps tussen bomen door terwijl ik modder hap. Waar zou ik ze dan terugvinden? Vasthouden dus, uit alle macht! 

Eerst vliegt het span naar links, acht poten in de lucht, dan weer naar rechts en zo weven we even heen en weer, ik met de hakken in het zand. Op een moment dat beide heren in ieder geval dezelfde kant op wijzen en op de grond beland zijn, laat ik de remmen een klein beetje los. Het voorwiel raakt de grond weer en we zijn op weg. Richting de paaltjes. 

Die halen we niet, want ze duiken rechtsaf het bos in. Tussen de bomen, geremd door een laag blubber en bladeren, komen we tot stilstand. Met boze, strenge stem en wat trekwerk krijg ik ze weer op het pad. Ondertussen bedenkend dat in ieder geval step en lijnen de stress test hebben doorstaan. Ik vroeg me bij de start nog af of het niet eens tijd werd om het elastiek te vervangen maar als het zelfs dit doorstaat kan het nog wel even mee. Alles is nog heel. Ik ook geloof ik. Een beetje confuus aanvaarden we de weg naar huis. 

De paaltjes hindernis nemen we zonder veel problemen. Blijkbaar is de adrenaline even op. Het kippen- en schaapjes-weitje in het buurtschap waar we pal langs moeten blijkt opgeheven. Ik slaak een zucht van verlichting, dit keer geen kip op de weg. Weer een uitdaging minder, iets wat me nu wel goed uitkomt.


Heelhuids thuis aangekomen, ruim ik de spullen op, voeder de dieren en ga ontbijten. Daarna kruip ik even onder een dekentje op de bank. Ik voel me toch een klein beetje woozie. Maar ik voel me na vandaag wel weer een echte musher. Een echte musher laat immers nooit zijn span los! 

zondag 2 maart 2014

Kind (be)zoekt hond, tanden geen bezwaar.

Laatst kwam mijn broer op bezoek, met vrouw en jongste zoon, 9 maanden jong. Spannend hoe mijn heren daar dan op reageren. Hij is nog zo klein en die twee mannen van mij ineens zo groot. Tot grote hilariteit van z'n moeder bracht Shadow de kleine Thomas een klein knuffel hondje. Dat had hij weliswaar gestolen uit de keuken (hangt normaal aan mijn sleutelhanger) maar een kniesoor die daar op let.

Spot vond het maar raar, vooral toen Thomas bij mij op schoot zat. Dichter en dichter kwam de snufneus. Eerst de voetjes inspecteren, toen de ongetwijfeld geurrijke luierregio en langzaam snuit richting snoetje. Ineens had dat kleine knuistje de lip van Spot stevig omklemt. Uiteraard grepen wij direct in. Gelukkig deed Spot een stapje achteruit. Niks gebeurd

Maar wat als Spot had gesnauwd. Begrijpelijk? Acceptabel? 

Laatst las ik de volgende vraag op een forum “Mag een hond naar een kind grommen of bijten?”
Tamelijk voor de hand liggend antwoord toch? Althans, ik mag toch hopen dat de meeste hondeneigenaren antwoorden “Liever niet, nee.” Je zou toch verbaast staan te kijken als iemand antwoordde "Nou, sinds dat ettertje van drie straten verder een been mist, gedraagt hij zich een stuk minder asociaal". Tja, belletje trekken is zo lastig in de rolstoel. Of dat dat peutertje zonder oor er toch ook best schattig nog uitziet en tegenwoordig kunnen ze zoveel, daar kan best een kunstoortje aangenaaid worden te zijner tijd.

Niemand wil dat dat gebeurt. Toch? Maar vragen of je een hond moet verbieden om te grommen, heeft ook wat vreemds. Want wat als de vraag is, mag een hond bang zijn? Wie antwoordt er dan "Nee, natuurlijk niet!". Een hond kan grommen of happen omdat boos is, moe, bang, geschrokken, gefrustreerd of bezitterig. Allemaal emoties die complexe sociale wezens bezitten. Allemaal emoties die tot bijtincidenten kunnen leiden. Of dat gebeurt of niet, zal voor een deel bepaald worden door hoe honden met die emoties omgaan. Deels karakter, deels leerproces. Waar de invloed van de baas om de hoek komt kijken. Ik vind het bijvoorbeeld niet nodig dat mijn honden naar elkaar grommen of happen over een speeltje. 
Net als mijn moeder het overigens ook niet nodig vond dat mijn zus de vingers van mijn broer tussen de lade klemde omdat de inhoud van die la van HAAR was. Waarom zou dat dan anders moeten zijn tussen honden en kinderen? 

Een grote handicap is dat ze niet dezelfde taal spreken. Zowel verbaal als non-verbaal. Mensen begroeten elkaar frontaal, lopen op elkaar af, kijken elkaar aan. Geven elkaar een hand of een zoen. Maar hoewel ik het normaal vind dat iemand die mij wil begroeten op mij af loopt en zijn hand uitstrekt, vind ik het toch minder prettig als een wildvreemde op mijn af zou komen en zijn armen om mij heen zou slaan. Maar een hond recht aan kijken en recht op hem af lopen is vergelijkbaar met een wildvreemde om de nek vallen. Denk dan eens aan een kind dat een vreemde hond wil knuffelen en er op af rent. Visualiseer en huiver. 


Spot vond als pup kinderen maar eng. Tegelijk zag hij er heel schattig uit, waardoor kinderen op hem af kwamen rennen. Ik dacht dat goed aan te pakken door mensen met kinderen bij mij thuis uit te nodigen zodat ik de situatie onder controle kon houden. Foutje, andermans kinderen controleren bleek lastig. Het zoontje van een goede vriendin rende achter Spot aan die onder de stoel kroop en naar hem ging zitten blaffen. Zucht.. werk aan de winkel. Ik wil namelijk niet dat mijn honden schrikken of bang zijn van rennende en gillende kinderen. 

Dus ging ik met Spot op stap, zocht rustige kindjes op die honden gewend waren, die zich  rustig lieten besnuffelen en hem onder de kin kriebelden. Op het moment dat ik het marktpleintje op liep en er drie kleine koters op hem afgestormd kwamen, ging er pontificaal voor staan en gaf als een strenge juf een STOP signaal. Zo leer je ook nog eens je eigen assertiviteit gebruiken. Het werkte. Begrijpende en enigszins dankbare glimlach van een moeder. Rustige kennismaking volgde. Blijkbaar is het soms net zo’n uitdaging je kind te leren niet op een hond af te stormen als omgekeerd.

De volgende stap was negeren, rustig naast mij zitten temidden van rennende en gillende kinderen. Tweesnijdend zwaard: zo leert hij niet te schrikken maar ook niet te jagen op klein grut. Mijn honden hebben een sterke jachtpassie en roedelgedrag, dus ik geloof niet in 'onschuldig' tikkertje spelen met kinderen. Tragische voorbeelden van roedels op jacht zijn er genoeg. Dus stond ik daar midden op het drukke dorpsplein bij de lokale wielerwedstrijd met alleen maar aandacht voor mijn jonge husky, vervuld van trots op een hond die "niets" deed.
We werden hiervoor beloond op het strand van Bretagne; een jongedame begon ineens te rennen en radslagen te maken en Spot kijkt naar mij en loopt rustig door. Ik gloei van voldoening en glim van trots. 

Het is prettig als kinderen en honden vreedzaam samen kunnen leven, tegelijk lijkt het me ook heel moeilijk als er hond en kleine koter in een huis ronddarren. Laatst zag ik een filmpje op Youtube waarvan mijn tenen gingen krullen. Zo’n filmpje dat voelt als kijken naar een koorddanser zonder vangnet in een live voorstelling. Hond en kleine zitten op een kleed, de hond heeft een bot en de kleine pakt het af. Waarop de hond de kleine een lebber geeft en het terug pakt. En zo gaat het nog even door.  (Voor wie het zelf wil zien: http://youtu.be/3mVfyuFp3NQ ). Waarom ik dit filmpje van die lieve hond zo eng vindt? Allereerst omdat ik de hond niet ken en dus niet weet hoe geduldig die is. 

Maar er is meer: volwassen honden zijn vaak verdraagzaam naar pups, die mogen veel. Ze hebben een “puppy’ vrijbrief’. Sommige honden hebben dat ook naar kleine kinderen. Chenak was zo’n hond. Zelfs toen een bezoekende peuter bovenop hem donderde, deed hij niets anders dan mij aankijken of ik hem wilde bevrijden. 

Net zo tolerant was hij naar puppy Janouk. Tot die wat ouder werd en hij weer eens probeerde uit Chenak's bak te eten. Een woeste grom, een hap in de lucht. Piepend zat ‘noukje  beduusd aan de andere kant van de kamer. Hij had niks, nog geen schrammetje, het was een keurige correctie van Chenak. Nog een keer probeerde Janouk het. Hetzelfde resultaat. Dat Janouk alleen een gekwetst ego had, kwam uiteraard ook door zijn vliegensvlugge reactie en dikke vacht. Een stuk sneller en steviger dan een peutertje van een jaar of twee. En als de tanden wel contact maken met het tere kindervel, vaak ook nog op ooghoogte, dan heeft de hond “ineens”  gebeten “terwijl daarvoor zo vaak ….. het wel goed ging als…. “ (in te vullen naar keuze, het kind aan de voerbak kwam, het kind erbij op het kussen kroop etc etc). Krijgt hondlief het stempel vals of onbetrouwbaar. Wat in hondse taal een waarschuwing is, is tussen hond en kind een bijtincident.

Hoe vervelend zo’n incident ook is, het is wel belangrijk om ook naar de mate van schade te kijken. Een schrammetje, een oppervlakkige kneuzing is een waarschuwing. Ongewenst, dat zeker. Reden voor beraad. Idealiter zou een hond zich niet gerechtigd en niet genoodzaakt moeten voelen om zo’n hevige correctie te moeten geven. Het kan zijn dat er al een heel gesprek aan vooraf is gegaan: wegkijken, lippen likken, weglopen, verstijven en dan uiteindelijk de grom en hap. Of niet, want ook honden verschillen in hoe vaak en hoe duidelijk ze waarschuwen. Het is dus als baas wel heel belangrijk dat je je hond goed kent en signalen kan interpreteren. Een kind kan dat niet. Een veel gehoord advies: laat kind en hond nooit zonder toezicht samen. Leuk, maar niet genoeg. Veel bijtincidenten gebeuren gewoon waar pa en ma bij staan. Erbij zijn is niet genoeg als je niet anticipeert op wat er kan gebeuren (een interessant artikel hierover staat hier http://www.robinkbennett.com/2013/08/19/why-supervising-dogs-and-kids-doesnt-work/ ). 

Om goed te kunnen anticiperen moet je je eigen hond wel heel goed kennen. Dat duurt even, kan ik uit ervaring vertellen. Chenak en Janouk hadden hele duidelijke verhoudingen. Na die ene snauwpartij is er nooit over voer gevochten. Kon ik ze rustig ieder een bot geven zonder me zorgen te hoeven maken over gevechten. Likten ze gezellig samen de lasagneschaal uit. Dat was bij de jonge draakjes wel even anders. Vooral Shadow had er een handje van om te claimen. Ik kan me nog herinneren dat ik ze de eerste keer eten gaf, tegen Shad’s bak aanstootte en er een hele diepe grom uit dat kleine puppeke kwam. De buurvrouw die erbij was heeft het er nog soms over. Of die keer dat ik ze allebei een speeltje met voer gaf: Shadow liet de zijne vallen en stormde op Spot af en vloog hem aan om zijn speeltje af te pakken. 

Daar ben ik dus niet van gediend. Ik bepaal. Ik geef, het is niet aan Shadow om zo te reageren. Toch is het best moeilijk te sturen. Wat ik beschrijf waren escalaties, maar het gaat vaak veel subtieler. Ik geef wat aan Spot en die laat het vallen en loopt weg. “Goh, hij hoeft het niet” is de voor de hand liggende gedachte. Tot je de kop van Shad ziet. Strakke blik, starre houding. Spot pakt niet om de confrontatie met Shad uit de weg te gaan. Met trainingen als  samen de yoghurtbeker uitlikken en “als jij Spot z’n speeltje pakt verdwijnen op magische wijze alle speeltjes” zijn we nu op een stadium dat er nog steeds wel eens gediscussieerd wordt, maar zonder escalaties. 

Maar wat als we nu 1 hond gehad hadden. Die dol was op zijn balletje. Gromt als je dat af wil pakken. Dus leer je je kind het balletje niet af te pakken. Maar hondlief denkt groots. Het balletje is OOK van hem als het een meter bij hem vandaag ligt. Of twee meter. Of tien. Niet denkbeeldig hoor, ik dacht dat Spot niet wilde apporteren. Tot ik twee filmpjes wilde maken, een van de apporterende husky (Shadow) en een van de niet apporterende (Spot). Toen Spot aan de beurt was, deed ik Shad binnen in zijn bench in plaats van buiten in de kennel. Tot mijn grote verbazing apporteerde Spot wel, beter nog dan Shadow. Maar onder het toeziend oog van de felle donder durfde hij gewoon niet aan de balletjes te komen. Terug naar de 1-hond met kind situatie. Hond ligt in de tuin, bal op een metertje of tien. Zoontje komt naar buiten. Hond kijkt op. Claimt bal met De Blik. Kind ziet balletje maar Blik niet. Hond verstart en gromt. Kind pakt balletje, niets vermoedend. Moet ik de rest nog uittekenen? “Maaaaam, Fido beet mij en ik deed niks, mam, echt niet, ik wilde lekker met hem met het balletje gaan spelen”. Dikke tranen. Wat een verdriet. Voor alle partijen. 


De vraag of een hond een kind MAG bijten klopt niet. Het gaat er niet om wat een hond 'mag' het gaat erom wanneer je als baas genoeg je best hebt gedaan om leed te voorkomen.