maandag 28 april 2014

Naar buiten...

waar de vogeltjes fluiten. En husky haren verzamelen. Het is een prachtige lente, veel zon, veel pollen ook (hatsjie). Steppen wordt lastiger, vanochtend vroeg ging het nog net maar de heren liepen eigenlijk te flierefluiten op 't laatst.

Dus wordt het meer wandelen, lekker samen op stap. Dat is nog wel eens een uitdaging, als de heren in de stuiterstand staan. Dus werken we ook aan zelfbeheersing buiten de deur. Een hele praktische is "zitten en wachten" terwijl ik een foto maak. Inconsequent als ik ben mag staan en wachten ook, maar wat niet mag is alvast vertrekken. Zeker niet als ik aandachtig een stuk boomschors bestudeer. Al helemaal niet als dat betekent dat ik zowat achteruit de sloot in kukel. Stomme fazanten ook. Ik weet niet wie er meer last van z'n testosteron heeft: de pronkende Haan of Heer Spot. Zucht. Toch zijn er een paar plaatjes gelukt.
Populieren langs het pad doen mij altijd denken aan het lied "Het dorp" van Wim Sonneveld.
Langs het tuinpad van mijn vadr'n...
Ze ruisen prachtig, hun jonge blad is betoverend, het hout wordt misprijzend "waaibomenhout" genoemd maar de schors.. prachtig toch, zo diep doorgroefd? 


Perenbloesem - spelen met de Fish-eye functie.
Foto met gevaar voor eigen leven genomen. Moest een paar stappen het weiland in. De gekke oude boer die daar woont kwam mij en de rothonden met zijn tractor wegjagen 


En blazen maar !

Groene tunnel om in te duiken. Links en rechts wonen de reetjes. Goed moment om stil te staan bij de kunst der zelfbeheersing voor de heren 


Ik ken weinig planten die zo snel de grond uit schieten als het fluitenkruid



Het 'toetje' is van een andere wandeling, in de ochtend. Ook voorjaar, alleen de beuk heeft nog herfstblad. Waar je ook bent, er is altijd wel een fraai beeld te vinden. 



dinsdag 22 april 2014

Kiddiecats

Katten heten bij ons “Kiddiecats”.  Geen idee eigenlijk waar het woord vandaan komt. Ooit opgevangen en blijven hangen. Man en ik vonden katten wel leuk. De gratie, de prachtige ogen en de eigenzinnigheid. Gave beesten. Maar eigenlijk zien we ze liever niet. Zeker niet als we met de mannen op stap zijn. 
Wij vinden dat we een van de meest katachtige rassen onder de honden hebben. Eigenzinnig. Zelfstandig. Ze wassen zichzelf net al katten doen. Ik vermoed echter dat de heren hoogst beledigd zouden zijn met de vergelijking. Een plaag is het, die katten. De moeten verjaagd worden.  Niet uit mededogen met de jonge vogeltjes of muisjes. Meer als concurrentie? Of toch gewoon als prooi. 

Het blijft mij verbazen hoe diepgeworteld da haat tussen kat en hond is. Van kleins af aan waren katten iets waar je achteraan moest. Klaar. Hoezeer wij het ook ontmoedigen, de reactie blijft fel. In drive en explosiviteit zit een rennende kat zeker in de top drie. Hoger dan schapen. Net onder de ree├źn, schat ik zo. Gelukkig zijn katten in koud en nat winterweer meestal binnen. Houden ze ook niet van sneeuw. Zodat we ze zelden tegen komen met het steppen. 

Afgelopen zaterdag hadden de heren nogal last hadden van stuiteritis, een staat van zijn waarin ze op alles reageren. Dus toen de volgende ochtend het kwik was gezakt tot onder het 10-graden-punt, hees ik mij om 7 uur ’s ochtends uit mijn warme bedje. We starten altijd om de hoek, zodat ik enig overzicht heb en vanwege de Kiddiecat van de buur-buur vrouw die daar nogal eens op de oprit ziet. Zijn we daar vast voorbij. 

Manlief helpt me even op weg, altijd makkelijker bij de start. Vol vertrouwen geef ik het commando hike. Volle sprint vetrekken we. Rechtdoor langs het bosje vol lentegroen. Zij kijken opzij, ik kijk opzij en krijg een hartverzakking. Op nog geen twee meter afstand zit daar de zwart witte kat van de buren. Plat tegen de grond gedrukt. In paniek. Net als ik. Ik geef een brul en voor ik het weet zijn we er voorbij. Te veel momentum? Ik dank de beschermgod der katten en mushers. Als ze de optie linksaf richting Kiddiecat genomen hadden was ik zeker ondersteboven gegaan. 

De rest van de rit is een prachtige fartlek training, waarin we worden gehaasd door een fazant, een haas en een konijn. Waarin ze niet reageren op de schapen in de wei en keurig doorlopen als een bordercollie blaffend langs het gaas meerent. 

Tevreden komen we thuis. De Kiddiecat is ook thuis. Vlak na onze passage zag manlief hem met de oren in de nek in volle sprint naar huis vluchten. Ik ben in ieder geval blij dat we beiden met de schrik vrij zijn gekomen. Ik hoop wel dat poeslief nu net wat minder vaak onze oprit en voortuin onveilig maakt. Een sentiment dat ongetwijfeld gedeeld wordt door de vissen in de vijver. De schrik zit er in ieder weer even goed in. Ook bij mij. Ik kies weer even een andere startplek. 

Naschrift: de lokroep der vissen was sterker. Op een ochtend komen we terug van een wandeling en daar zit poes, aan de rand van de vijver. Hij (of zij?) schrikt en neemt een enorme een sprong om weg te komen. Met een grote plons landt hij middenin het diepste stuk de vijver. PANIEK. Met wat gekrabbel komt hij uit het water en vlucht weg. We kunnen er niks aan doen en liggen in een deuk. Niets zo lachwekkend als een ' verzopen kat'. De heren vinden het uiteraard hoogst interessant. Poes zien we nu echt waarschijnlijk voorlopig niet meer terug? Al 2 van de 9 levens opgebruikt... 

zondag 13 april 2014

Sokkenmonster

De ochtendwandeling zit erop. Langer dan gewoonlijk. De heren zagen een haas wat vroeg om wat aandachtsoefeningen. De heren vonden een muizenhol dat nadere exploratie behoefde. Waardoor muislief nu een wat vergrote entreehal heeft. Mijn twee zandneuzen moet ik uiteindelijk met zachte dwang meetrekken. 

Ik kom thuis en kijk op de klok. Oeps, ik kom te laat zo op mijn werk. Snel verwissel ik mijn ochtend-honden-wandel kloffie voor een wat nettere werkoutfit. Ik trek een paar dunne kousen uit de kast en bemerk twee gaten op rare plekken. Niet ter hoogte van mijn hoerateen, geen slijtplek op de hiel maar twee keurige ronde gaatjes in de schacht. Mijn ochtendhaast vervloeit in een wat weemoedige glimlach. 

Zelf uitpakken van zijn cadeautje
was het leukste van zijn verjaardag 
De gaatjes zijn een souvenir van Shadow. Mijn puppeke dat altijd ergens mee rond moest sjouwen. Vooral in de vreugde voor vertrek van de wandeling. Of als we eindelijk thuis kwamen. Hij had een voorkeur voor sokken. Vooral gedragen stinksokken. Trots als een pauw liep hij er mee rond te sjouwen door de kamer, koppie hoog in de lucht, staartje omhoog. Mooiste was natuurlijk als wij dan achter hem aan kwamen. Hoera, spelletje tikkertje! Heel af en toe kwam er ergens een gaatje in, in mijn oude buff en zoals nu blijkt in deze sok. Een heikel momentje toen de pompon van mans’ gloednieuwe muts gesloopt werd. Er dreigde bijna een retourtje fokker. 

Omdat hij wel eens minder geschikte voorwerpen ‘vond’ zoals een batterij, mijn zonnebril en mijn portemonnee zijn we hem gaan leren ruilen. In een van de beste hondenboeken die ik ken (“The other end of the leash”) wordt benadrukt hoe belangrijk het is dat dit soort opdrachten vrolijk klinken. Omdat mijn LOS nogal eens streng ontaardt, kies ik voor “Heb je wat moois gevonden?” Na wat oefenen, kwam Shadow alles - nou ja, bijna alles - voor onze voeten neerleggen. Ging keurig zitten in afwachting van een koekje. Daarnaast werkten we aan "Nee"  en " Uhuh" om te voorkomen dat hij wat pakte. Het lukte. 

Tegenwoordig sjouwt hij alleen nog af en toe met een wandelschoen of klomp als we thuis komen. Of hij pakt een speeltje of een stuk papier uit de oud papier bak. Dingen die ‘mogen’. Nooit meer bungelt er een paar sokken uit zijn bek. 

Ondertussen moet ik nu echt op gaan schieten. Ik trek mijn lelijke, gratis bij een 3-voor-de-prijs-van-2 aanbieding paarse kousen met Shadow-gaatjes aan. Dit ziet toch niemand in mijn laarzen. Diezelfde avond laat ik ze ergens in de gang slingeren als ik mijn laarzen verwissel voor loopschoenen. Shadow mag dit keer mee, tot zijn grote vreugde. . 

Vol enthousiasme komt hij aansjouwen met.. jawel, een knalpaarse kous in zijn bek. Speelt “pak me dan als je kan”, niet van zins om zo een mooie prooi of te offeren. Gierend van het lachen lijn ik hem aan. Geen gezicht, die serieuze snoet en dat paarse bungelding.  Bij terugkomst raap ik het ondergekwijlde, lelijke vod op en gooi het in de prullebak. Hoera, mijn sokkenmonster is terug!