zaterdag 21 november 2015

Provence

We verblijven deze vakantie in "Mezicourt" te Mane (http://www.mezicourt.com/nl/home) 
Ik leun achterover, sluit mijn ogen en haal diep door mijn neus adem. Als vanzelf plooit mijn gezicht zich in een brede glimlach. Ik ruik zondoorstoofde lucht met een mengeling van tijm en brem. Behaaglijk nestel ik mij nog wat luier in de terrasstoel. In de verte klinkt de zachte melodieuze roep van een hop. 

Dan wordt de stilte verstoord. Getinkel van ijsblokjes. Lui open ik een oog. Manlief flip-flopt op zijn slippertjes over het terras, een dienblad waarop een karaf water en twee glazen met een lichtgele drank die troebel kleurt waar de ijsblokjes het vocht beroeren. Pastis! Daarnaast een schaaltje met zwarte olijven, een mandje met stokboord en een bakje met een een rode en een groene prut. Ik snuif. Knoflook. Kan ook niet anders. De groene prut is “Caviar d’aubergine” oftewel het gepureerde vruchtvlees van geroosterde aubergine met knoflook. De rode is een tapenade van zongedroogde tomaten met - alweer - knoflook. Het water loopt me in de mond. Alles is hier lekker. 

Nou heb ik ook wel honger na de fietstocht van vandaag. Thuis ben ik niet zo’n kilometervreter, een uurtje of 2 is genoeg maar hier kan ik er geen genoeg van krijgen. 
Achter elke bocht weer een nieuw panorama. Een goudgeel dorpje op een heuvel in de zon. Een korenveld rood van de klaprozen. Lavendelplanten strak geschoren in het gelid. Over een paar weken zullen ze diep paars kleuren, maar ook zo, als grijsgroene planten in oker-bruine aarde zijn ze vol charme. 
Een van onze favoriete restaurantjes
Halverwege de overgang over de Luberon bergketen. Voor mijn wiel flitsen kleine hagedisje over de weg. Wreed verstoord in hun zonnebad. Sorry jongens! Het zijn de bewoners van de “garrigue” een landschap van lage kronkelige eikjes, kruipende dennen en vooral heel veel bloemen. Dit landschap van de “Alpes de haute Provence”  wordt wel eens saai en eentonig genoemd. Voor mij, die langzaam naar boven fietst, geldt dat toch echt niet. De schoonheid zit in de details. Tientallen verschillende bloemen, geur van tijm en als klap op de vuurpijl zie ik een bijeneter.  Ik, geen klimpgeit van nature, wordt hier door het landschap naar boven gedragen. Hans kijkt keek mij wat verbaasd aan als ik bezweet, hijgend maar met een lach van oor tot oor boven geraak. Meestal kom ik puffend, mopperend en soms zelfs scheldend boven.



Overal wonen kleine hagedisjes

Wonderlijke rotsformaties bij Forcaquier

Velden vol klaprozen

Wreed wordt ik uit mijn overpeinzingen gerukt door een vraag van manlief over welke wijn we morgen gaan halen om mee naar huis te nemen. En wat we verder onze laatste dag nog gaan doen. Mijn gezicht betrekt. Ik wil er helemaal nog niet aan denken dat we alweer bijna gaan. Hoe kan ik deze indrukken mee naar huis nemen? Ze koesteren. Me omarmd voelen door de Provence zoals nu door mijn terrasstoel?
Chateau La Blaque, producenten van een geweldige rose

Gek is dat toch, dat je ergens kan zijn waar alles klopt. De zon warm is maar niet te heet. Zelfs bij temperaturen waar ik thuis loop te puffen. De lucht blauwer, de kleuren feller, het licht bijzonderder. Waar al het eten lekkerder is dan thuis. Ok, met uitzondering van de “pieds et paquets”. Waar zorgen verdwijnen en mijn frons zich omvormt tot lachrimpels. Ik neem nog een slokje pastis en zak nog even onderuit. Glimlach alweer gelukzalig voor mij uit. Morgen komt morgen wel. Ik geloof dat ik verliefd ben op deze streek. 

zondag 8 november 2015

Volwasen?

Eindelijk mag Spot weer voor de step. Hij was een paar weken geblesseerd, onze slungel. Hij loopt hard. Het is duidelijk dat er wat energie uit moet. Verbeeld ik het me nou of wordt hij echt breder? Gaat hij dan toch volwassen worden? 
Een dag later app ik een foto van zijn kop naar een vriendin. ‘Hij wordt volwassen, schrijft ze terug. Mooi!”

Liefie 


Ik kijk nog een keer met buitenstaandersblik. Nog steeds iets te grote oren. Zachte ogen, diepbruin. Mooi, ja dat zeker. Lief ook. Maar het is moeilijk om mijn bril af te zetten. De bril die gekleurd is door die ontzettend schattige pup die alle vrouwen - mijn incluis - om zijn pootje wond. 



Door herinneringen aan de kleine dondersteen die zo zijn best deed grote broer Janouk in te halen. Onbeholpen koprollen maakte in de sneeuw. Beelden van de verschrikkelijke slungelige puber die niet wist waar zijn poten bleven. Ik moet zo vaak met hem lachen, als hij weer eens aangedanst of gestormd wordt. 
Op ' t strand RENNUH
Goofy Spot

















"so you think you can dance"

Understeer
Een keer eerder, op een winterfoto, zag ik het doorschemeren. De hond die hij kon worden. 


Nu lijkt hij, toch nog ineens, op weg. Om een mooie en volwassen husky te worden. Stabiel? Ik geloof dat we daar nog niet helemaal zijn. We discussiëren wat af. "Van een husky leer je onderhandelen" mail ik een vriendin. 
Ik snap het als hij me vertelt dat hij het ergens niet mee eens is. Soms vertel ik hem vervolgens dat het toch gebeurt. Helaas voor hem. Soms ook dat hij gelijk heeft en het niet belangrijk is wat ik nu wil. Dat hij best even aan dat plasje mag ruiken, juist op die plek plassen, dat muizenhol uitgraven of...… (verder in te vullen naar keuze). 
We zitten aan weerszijden van een lijntje. Letterlijk en figuurlijk. En dat gaat met ups en downs. Ik kan er soms heel moe van worden als die lijn te strak gespannen staat omdat meneer weer eens een ree geroken heeft. Ervan genieten als hij als een dolle loopt te racen voor de step. Geroerd zijn als hij los rennend aan komt stormen als ik roep. Onze band is soms zicht- en tastbaar als een riem, ongrijpbaar als een verbond. 

Een andere vriendin mailt "Het is mooi dat je hen de kans geeft echt volwassen te worden". Maar wat is eigenlijk een echte volwassen hond? Hoe bereik je dat? 

Als vanzelf gaan mijn gedachten terug naar Chenak, onze "koning". Zelfbewust. Eigenzinnig. Zorgzaam. Vriendelijk. Niet snel onder de indruk. Niet om te kopen ook. 
Koning Chenak
Een hond die uitstraalde dat hij wist wie hij was en wat er in de wereld te koop was. Niet schroomde zijn ongenoegen kenbaar te maken maar er ook manmoedig overheen stapte als hij zijn zin niet gekregen had. Bereid om samen met ons de wereld door te trekken. Zich niet geroepen voelen de hele wereld zijn zin op te leggen. Tolerant. Vriendelijk. 
Niet alle vreemden als een verloren vriend beschouwend. Niet onvriendelijk hoor, maar zijn levensgeluk hing niet af van de aai van een vreemde. 

We hebben wat af gediscussieerd in het begin, wij en Chenak. Uiteindelijk vonden we een status quo. Net zoals ons dat met Spot ook zal lukken. Een totaal andere hond. Onzekerder, slungeliger, minder zelfverzekerd. Liever en zachter, dat ook. Tegelijk moeilijker en makkelijker. Het blijft een uitdaging om "eruit te halen wat erin zit". Maar wat is er mooier dan een volwassen hond, een met een mening, een attitude. Bereid om samen met de baas door de wereld te trekken. Wat is er mooier dan samen onderweg te zijn. In wederzijds gesprek 

vrijdag 6 november 2015

Herinneringen aan Chenak en Janouk - Boos!

Met een geïrriteerde beweging schud ik de hand van mijn man van mijn arm en richt mij opnieuw tot de dierenarts. “Hoe kan dat nou?” bijt ik hem toe. Mijn gezicht is strak gespannen, de fronsrimpel tussen mijn wenkbrauwen zeker dubbel zo diep als normaal.
“Hoezo kun je die titerbepaling niet vinden? Die MOET er zijn”. Ik stampvoet er nog net niet bij. Zonder titer geen Noorwegen vakantie! 
De dierenarts heft zijn handen op en doet een stapje achteruit. Stotterend met zachte stem zegt hij “ik zal nog even gaan zoeken” en verdwijnt schielijk de onderzoekskamer uit. Kribbig draai ik me om naar manlief, een moppervloek op mijn lippen. Die mij wat spottend aan staat te kijken. “Uhm, misschien moet je een beetje dimmen, schat. Hij doet zijn best en dat papier komt heus wel boven water”. 

Ik volg zijn blik naar mijn tot vuisten gebalde handen. Handen die net nog onder het bloed zaten. Van de vrouw waaraan ik eerste hulp verleende. Onderweg naar de dierenarts zagen we een net gebeurd ongeluk. Een fietster was door een auto ondersteboven gereden. Ik ben eerste hulp gaan verlenen. Ze had een forse hoofdwond, was in de war en wilde steeds opstaan terwijl ik haar probeerde rustig te houden. Best spannend al met al. 
Ik haal eens diep adem. Mijn schouders zakken terug in mijn lijf, mijn nekspieren ontspannen. Ik plof op een stoel. Nu de adrenaline weg stroomt, stijgt het schaamrood langzaam naar mijn kaken. 

Misschien was ik wel iets te fel tegen deze jongeman. Vervanger van onze eigen dierenarts. Dat hij bang en onzeker naar onze honden was, deed hem ook niet in mijn achting stijgen. Maar toch, hij is net nieuw in deze praktijk. Niet zo gek dat hij iets niet meteen kan vinden. Misschien reageerde ik toch te heftig? 

Chenak op onze eerste vakantie in Noorwegen 
Als hij even later met het bewuste briefje binnen komt wandelen, glimlach ik hem vriendelijk toe. Verward kijkt hij me aan. De metamorfose is hem blijkbaar wat te snel gegaan, want veiligheidshalve richt hij zich maar tot manlief. Zij handelen het verder af. De gezondheidsverklaringen worden getekend. We kunnen volgende week op reis, naar Noorwegen! Als tevreden klanten gaan we naar huis. Onze husky heren hebben zich weer eens van hun vriendelijkste kant laten zien en krijgen een aai over hun bol.  Deze dierenarts is niet meer bang van husky’s. Hooguit van husky baasjes.

zaterdag 31 oktober 2015

Herinneringen aan Chenak en Janouk - de Alpen

Het is heet. Bloedheet. Meer dan dertig graden. Manlief en ik strompelen met verhitte koppen het slaperige Franse dorpje in, twee honden hijgend voor ons uit. Als we een restaurantje zien met een terras met grote parasols  kijken we elkaar aan. Doen? Doen! 
Met een zucht van verlichting laten we de zware rugzakken van onze bezwete ruggen glijden en ploffen op een stoel. De viervoeter heren zoeken een koel schaduwplekje en hijgen zich de tong uit de bek. Wie had kunnen voorspellen dat het in mei in de Ecrins zo heet kon zijn. De serveerster komt naar buiten met een grote emmer water voor de honden en dan pas krijgen wij de vraag wat wij willen drinken. Fijn, de heren zijn in ieder geval ook welkom. 

Wat wij aanzagen voor een simpele dorpsauberge blijkt een restaurant met een uitgebreide kaart met lekkernijen. We hebben toch geen haast en als je iets doet moet je het goed doen. We bestellen het uitgebreide menu en nog loopt het water mij in de mond als ik aan de amuse van crème brulee met blauwschimmelkaas denk. Na een uurtje of drie tafelen waggelen we het pad naar de rivier op. Alle plannen om de volgende bergpas vandaag nog over te steken smelten als sneeuw voor de zon als we een prachtig kampeerplekje in de schaduw onder de bomen zien. We blijven hier! We hebben tenslotte vakantie, toch? Wel besluiten we dat we dan de volgende dag een vroege start moeten maken. 

De volgende ochtend om half zes kruipen we uit onze bivakzakken en gaan fris en monter op pad. Gestaag stijgen we en laten de bomen achter ons. Het landschap bestaat nu uit groene weides, met mos begroeide stenen en bloeiende alpenroosjes. Uiteindelijk verdwijnen ook die en lopen we over steenvelden waar her en der een klein toefje minibloempjes weet te overleven. Net als de korstmossen die de meest fantastische patronen op de stenen vormen. Saai is het niet, ook niet omdat de heren inmiddels door hebben wat het gefluit om ons heen betekent. De alarmroep van alpenmarmotten! Zodra de toeters zich laten horen gaat hun scanner aan en vinden ze dat we niet perse de route meer hoeven te volgen. Want daar, linksvoor op 02:00 uur zijn de lekkere hapjes, dus verleg de koers! Nu! 

Helaas. Wij, saaie bazen, willen beslist de markeringen en steenmannetjes blijven volgen die ons naar de juiste overgang moeten leiden. Van eerder vakanties weten we hoe lastig het kan zijn als je die kwijt raakt en je ineens in de mist van laaghangende wolken verdwijnt. Gelukkig valt dat nu mee, de enkele flarden geven het landschap een mystieke sfeer maar gevaar van verdwalen is er niet. 

Boven gekomen zien we in de afdaling wel een ander gevaar. We moeten min of meer rechtdoor naar beneden over een puinhelling die nog bedekt is met uitgebreide velden met sneeuw. Sneeuw die op deze zuidhelling in een rap tempo verandert in natte glibberige pap. Na een kleine 20 meter dalen houd ik het voor gezien. Met aangelijnde sleurende hond kom ik hier nooit omlaag zonder mijn nek te breken. “Ik weet niet wat jij doet, maar ik laat hem los” roep ik wat benauwd naar manlief. Als hij Chenak ook los laat, kijken we wat beteuterd naar 2 honden die zonder enige moeite in rap tempo naar beneden verdwijnen. Linksaf, terwijl wij rechtsaf moeten. Waarschijnlijk hebben ze een weitje met “toeters” gespot. Ik haal mijn schouders op en begin te dalen richting de berghut in het dal, onze bestemming voor vandaag. “Ze komen vasts straks wel achter ons aan”  praten we elkaar moed in. We ploeteren, glibberen en glijden naar beneden, jaloerse blikken werpend op 2 Fransen die zo slim waren hun ski’s mee te nemen en soepeltjes voorbij komen glijden. Rond een uur of twee zijn we beneden. Rugzakken af, hoog tijd voor wat lunch. We scannen de helling achter ons af. Geen honden. We eten wat en wachten. Een kwartier wordt een half uur wordt een uur. Geen honden. Andere wandelaars komen naar beneden. Ja, ze hebben 2 honden gezien. Bovenop de pas. Nog meer wandelaars, hetzelfde verhaal. Ze lagen gezellig boven in de sneeuw. Te wachten op ons?

We lopen door naar de berghut en leggen ons probleem uit aan de waardin. Die doet er nog een schepje bovenop: "Gevaarlijk hoor, als loslopende honden op jacht gaan naar gemzen. Dat is verboden! Of in een schaapskudde met waakhond verzeild raken." Zijn die hier dan? Oeps, dat wisten we niet!

Er zit niks anders op, we zullen weer naar boven moeten. Enkele wandelaars wijzen ons een andere route, vrijwel recht omhoog. Een stuk korter en goed te doen. Zeker zonder rugzak. Met een diepe zucht staan we op en beginnen aan de tocht terug naar boven. De puinhelling die dalend vast goed te doen is, is stijgend voor ons vlaklanders toch een stuk lastiger. De klim wordt steiler en steiler en we schuiven soms even hard naar beneden als dat we omhoog klimmen. Alles wat mis kan gaan spookt door mijn hoofd. Ik zie ons te pletter storten, honden op de korrel genomen worden door jagers of … dadelijk staan wij boven en zij toch beneden. 

Mijn opluchting is dan ook groot als ik ineens twee loungende husky’s in het vizier krijg. Zich van geen kwaad bewust liggen ze lekker in het zonnetje op de helling, een stukje onder de pas. Zodra de ons opmerken komen ze opgewekt aangelopen. "He, gezellig, jullie ook hier!”. Tot mijn schrik is Chenak zijn rugzak kwijt, waar al het hondenvoer in zit! Spontaan flap ik eruit “waar is je tas 'nakkie?" waarop hij zich omkeert en van me weg loopt. Nieuwsgierig volg ik hem en ja hoor, om de hoek tussen een paar stenen ligt de tas. Snapte hij me nou echt of is dit toeval? 

Goed, we zijn compleet, zijn rugzak is terug maar wat nu? Naar beneden met hond over deze helling zien we nog steeds niet zitten. Zeker niet nu we weer bijna bij de top zijn. Dan maar terug omhoog, de geleidelijke klim van die ochtend weer naar beneden en dan met de taxi de rugzakken gaan halen via de (om)weg. Die staan immers nog beneden in de berghut. Het klinkt omslachtig en dat is het ook, maar de honden meenemen naar die berghut betekent de volgende dag weer twee passen over moeten. En daar hebben we nu net geen zin in! 
Uiteindelijk is het half twaalf ’s avonds als we weer met alle have en goed in onze bivakzak op hetzelfde kampeerplekje liggen. De volgende ochtend is er een algemene loopstaking uitgebroken. Voor de allereerste keer in ons leven willen de honden niet wandelen. Ze zijn moe. Wij ook. 


zondag 13 september 2015

Herinneringen aan Chenak en Janouk - de Jura

Zomer. De hitte weerkaatst van de terrastegels. Ik buig mij over de stake-out. Tijdens ons laatste weekendje Ardennen was me opgevallen dat de zwarte kunststof hulsjes rond de draaipunten versleten raakte. Scherpe randjes komen naar voren. Terwijl ik stukjes altijd-handige-ducttape rond de metalen koppelstukjes plak, dwalen mijn gedachten naar die winter dat we hem kochten. 

We gingen voor het eerst op wintersport met onze husky’s Chenak en Janouk. Op aanraden van de fokker togen we naar de Jura, om precies te zijn het dorpje La Pesse. Zij regelden daar zelfs een appartement voor ons bij oude bekenden. Dat de honden er niet binnen mochten was een onaangename verrassing. Dat er geen sneeuw ligt en we de eerste dagen in ons T-shirt wandelen is ook verrassend. Maar de omgeving is prachtig en we amuseren ons. 

We brengen onder andere een bezoek aan een winkel vol sledehonden spullen. Als beginnende mushers een soort snoepwinkel. Al die mooie hondenspullen! Ons oog valt op een “stake-out” : een ingenieus geheel van een staalkabel met twee dwarse lijntjes om honden ontsnappingsproof aan vast te leggen. Mooi afgewerkt zodat ze zich niet kunnen bezeren. Precies zo uitgemeten dat ze niet bij elkaar kunnen komen en de boel dus ook niet in de war draaien. Stevig. Mooi. Duur. 
Ik aarzel maar manlief zet door. Een investering maar zo mooi en degelijk ga je niet snel weer vinden, is zijn argument. Zeker nu de honden niet binnen mogen, kunnen we ze zo buiten goed vastleggen en hoeven ze niet steeds in bench of auto. Hoeven we ons geen zorgen te maken over doorgeknaagde lijnen, ingewikkelde pootjes of losschietende sluitingen. 

We maken de stake-out vast onder het raam van het appartement en bouwen een knus hoekjes met benches en isolatiedeken. Het is namelijk ineens wel koud geworden. In 1 nacht valt er een dik pak sneeuw van bijna een meter. Kunnen we toch de ski’s uit gaan proberen! 
We spelen op het 10 km sledehonden parcoursje in de dikke zachte sneeuw, Ik geloof dat we meer liggen dan skiën maar wat hebben we een lol. Op een keer zoef ik een heuveltje af waarbij ik per ongeluk Janouk inhaal, een ski rechts en een ski links van hem. In een reflex buig ik voorover en til hem op. Om vervolgens natuurlijk onderuit te gaan. Zo eindig ik op mijn billen in de sneeuw met een zeer verbaasde hond op schoot. Een andere helling eindigt in een haakse bocht met rechtdoor prikkeldraad. Meerdere malen passen we daar de textielbremse toe (voor wie niet weet wat dat is: kont in de sneeuw als uiterste rem). Op een dag voel ik dat het me gaat lukken! Manlief skiet voor me uit maar eindigt languit in de sneeuw. En net op het moment dat ik triomfantelijk de bocht om wil sjezen besluit Janouk dat het veel leuker is om bij de liggende baas op schoot te springen. Een ruk naar links terwijl ik eigenlijk rechtsaf de bocht om wil. Zo snel kan ik niet meer remmen en eindigen we gevieren languit in de sneeuw, manlief en ik met de slappe lach.

Hoe koud het ’s nachts is merken we een paar nachten later. Na een wandeling door de diepe sneeuw, waarbij Janouk een soort kangoeroe methode van voortbewegen toepast, drinkt hij moe en dorstig een volle bak water leeg. Midden in de nacht wordt ik wakker van een geluid van buiten. Gejammer. De verwarming in het appartement gaat ’s nachts uit en de neus die ik buiten de dekens steek vindt het te koud om op te staan. Ik wacht even maar het gejammer houdt aan. Tegen de tijd dat ik aangekleed buiten sta is het kwaad al geschied: Janouk heeft in zijn bench geplast en zit zielig tegen het deurtje aangeplakt. Ik laat hem eruit waar hij opgelucht nog een hele waterval wegklatert. Zuchtend sta ik vervolgens bij -15C om 2 uur ’s nachts een bench uit te soppen. Janouk wil daaruiteraard niet in terug. Mijn eigen schone handdoek erin en een beetje overtuigingskracht later lukt het toch. Om de volgende keer sneller te zijn laten we het raam van de slaapkamer op een kier zodat we hem beter kunnen horen. Een koude luchtstroom trekt naar binnen, precies langs de mooie oude gietijzeren radiator die onder het raam hangt. 

In de ochtend horen we een harde knal. En nog een. Wat zou dat nou weer zijn? We horen de pensionhoudster bezig de houtgestookte verwarmingsketel aan te zwengelen. We draaien ons nog eens om in bed, wachtend op de warmte. Wat komt is een mooie zwarte waterstraal. Nu is duidelijk wat de knallen waren. Door de koude luchtstroom is de radiator bevroren en geknapt. Manlief vliegt het bed uit en draait de radiator dicht.
De pensionhoudster is niet heel blij met ons. We zien haar denken “welke idioot slaapt nu ook met het raam open in dit weer! “. Ze test zelf nog even wat er aan de hand is door de knop open te draaien. Opnieuw spuit vies zwart water de slaapkamer in. Mopperend begint ze te dweilen. Vervolgens horen we haar in rad Frans enkele telefoongesprekken voeren. Zie maar eens met spoed een reparateur te laten komen. We maken ons uit de voeten voor nog wat rondjes op ski’s. 

Het was onze eerste langlaufvakantie maar zeker niet de laatste! En de stake-out ? Die is de afgelopen 15 jaar mee geweest naar Belgie, Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en niet te vergeten op ski-trektochten in Noorwegen. Vanalles zijn we wel eens vergeten, inclusief het fototoestel, de harnassen van de honden, ons eigen paspoort. Maar altijd vraagt eens van ons wel “heb je de stake-out ingepakt?” en het antwoord is altijd “ja, natuurlijk!”. Nog nooit is er een hond van ontsnapt. Behalve wat versleten tape nu, is ‘ie nog nooit stuk geweest. 
Dankzij de stake-out slapen wij stukken rustiger, omdat we weten dat er niks kan gebeuren en dat ze er niet vandoor kunnen. Kortom, eigelijk was het ding een koopje! Dat had manlief toch maar mooi gezien. 

donderdag 16 april 2015

Lei(j)derschap

Boos, verdrietig en teleurgesteld maar verder viel het wel mee. Zo reed ik laatst naar huis van mijn werk. De Red Hot Chili Peppers schallend over de luidspreker. Ik brul mee met “Soul to squeeze" en "Save the population”. 
Gelukkig wacht thuis het voorrecht van de hondenbezitter. Twee huskyheren komen me vrolijk verwelkomen. Zodra de merken dat baasje niet vrolijk is laten ze zich ieder van hun eigen beste kant zien. Spot kruipt in me en laat zich uitgebreid knuffelen. Shadow zoekt een speeltje en daagt me uit voor een trekspel. Het leven hoort immers een feestje te zijn! 

Ik app aan mijn grote broer dat ik baal. Gefrustreerd ben omdat ik weet dat mijn plan ok is, mijn visie klopt. Het ingrijpend is maar toch een goede oplossing. Maar dat ik me een speelbal voel tussen twee fronten, niks te zeggen heb en geen vertrouwen krijg. Hij appt  terug, spreekt me moed in, ik moet niet bij de pakken neerzitten. Er volgt een simpele zin “Leaders lead”. Ik stop en denk na. Is het echt zo simpel? Jawel, zegt hij, en denk eens aan het uitzicht. Stel je een span husky’s voor: wiens uitzicht heb je liever? Dat van de husky op kop? Of dat van de achterste rij? Ik grijns. Eindelijk betrap ik hem op een vergissing. 

Hij kent overduidelijk de term “Mushers’s view” niet! Een span husky’s wordt van achteruit geleid. Dat is niet altijd even simpel en niet altijd even fraai van uitzicht. Sterker nog, een musher krijgt ook regelmatig een hoop "shit" over zich heen. Letterlijk. Bij een team dat start en in beweging komt, komen namelijk ook de darmen op gang. Met als resultaat soms bevroren poep tot in de capuchon van de musher. 
Musher's view - op een goede moment. 





Maar hoe werkt dat leiding geven aan dat span dan eigenlijk? Aan de ene kant moet de leidershond doen wat de musher vraagt. Maar afdwingen kan deze het niet. Ja, hij kan op de rem gaan staan. Dat levert nogal wat frustratie op. Bij de honden die vooruit willen. Bij de musher die dat eigenlijk ook wil. Haal je in het begin van een tocht er te vaak de vaart uit, dan merk je dat de hele rest van de route. Ze lopen veel minder goed, zijn sneller afgeleid. Gaat de start voorspoedig, ben je samen op weg naar hetzelfde doel, dan is er veel meer focus en drive. 

Soms moet de musher erop vertrouwen dat als hij de leidershond wat vraagt maar deze volgt de opdracht niet op, dat daar dan een goede reden voor is. Dat is best lastig. Een hond kan afgeleid zijn door het spoor van een overstekende ree. Dan is een strenge maar duidelijke “On bye" (= negeren en doorlopen) op zijn plaats. Maar een hond kan ook weigeren door te lopen omdat het ijs op de bevroren rivier niet stevig genoeg is. Op dat moment betekent niet luisteren naar de hond zijn en jouw leven in gevaar brengen. 

In sommige opzichten is de musher veiliger dan de leidershond. Die neemt immers het eerste risico. Aan de andere kant heeft hij of zij fysiek niks in te brengen tegen wat voor hem loopt. Zou een team zich echt tegen een musher keren, hij overleefde dat niet. Dat gebeurt eigenlijk nooit. Op het moment dat je daar als musher bang voor bent, wordt de verhouding meteen enorm krampachtig. 
Idealiter is een team sturen het intomen van krachten die voor een groot deel hetzelfde willen. Die zich herkennen in de gedachte van samen op stap zijn. Waarbij je je team ook nog eens de vrije hand geeft terwijl de shit over jou heen komt. Bijzonder eigenlijk. 

Een musher kan dat nooit alleen. Hij heeft de hulp van een leidershond nodig. Idealiter gaan leidershond en musher in gesprek. Vragen stellen en luisteren naar de antwoorden. Best een uitdaging als je een totaal andere taal spreekt. Maar weinig honden zijn geschikt als leidershonden. Zij plaatsen zichzelf namelijk in een lastige positie. Zij luisteren naar de musher en moeten op hun beurt ook zorgen dat de rest van het team in het gareel blijft. Een zware taak. Een goede musher steunt hun daarbij en schenkt vertrouwen. Als beloning hebben deze honden het mooiste uitzicht van allemaal. Een reden om die positie in willen blijven nemen. Maar dan wel graag met steun van achteren en zonder dat er steeds geremd wordt. 
Leonard Seppala met zijn sledehonden speelde een cruciale rol
 in het bedwingen van een difterie epidemie in Alaska
 (voor hele verhaal lees "The cruelest miles")

zondag 12 april 2015

Dag Kay, goede reis....

Een paar weken geleden vroeg een vriendin mij een paar foto's van haar husky Kay te maken. Hij wordt een dagje ouder, loopt niet meer goed, eet moeilijker, slaapt steeds meer en steeds dieper en dat alles ondanks flinke pijnstilling. Het moment van die vreselijk moeilijke keuze nadert. Moeten we ingrijpen of mogen we wachten tot hij zelf gaat? Weegt het plezier dat hij in zijn wandelingen heeft op tegen wat niet meer gaat? En misschien wel de belangrijkste vraag: heeft hij nu wel of niet pijn? Want dat laatste is oh zo moelijk te zien. 

Inmiddels is de knoop gehakt. Morgen mag hij gaan. Bij mij komt oud verdriet naar boven, zoals bij iedereen die dit moeilijke besluit ook ooit heeft moeten nemen. Dus hier een kort eerbetoon aan de lieve, oude, tikje eigenwijze - het blijft een husky - oude man. 


 De tijd is gekomen. 
De Siberische husky heft zijn hoofd.
Om de hoek is een nieuw avontuur.
Aan de andere zijde van de Regenboogbrug. 

Vol goede moed gaat hij op pad. 
Negeert grasgroene weides vol balletjes. Da’s voor labjes. 
Gaat voorbij aan de schaapjes en hindernissen. Da’s voor Borders. 

Neus in de wind, soepele tred. Het Noorden roept. 
De lucht wordt kouder. 
De volle maan werpt zijn zilveren licht. 
Reflectie op sneeuw en ijs
Geen wegen. Geen hekken. De eindeloze ruimte. Vrijheid.
De Siberier stopt. Kijkt om zich heen. Stilte. 

 Dan gebeurt het. 
In de verte klinkt gehuil. 
De Siberier antwoordt. Kop achterover
Een woeste ontlading van licht en kleur
Komt aangestormd. 

 Soortgenoten! Ze springen en dansen. 
Waardoor de stralen van de maan
hun harnas omtoveren
tot een explosie van groen en rood en paars. 

Ze nemen de vreemdeling op in hun midden. 
En als bij toverslag 
is ook deze gehuld 
In een harnas
Van licht en kleur. 

Ze vervolgen hun weg 
In een woeste dans door de lucht
En dat is wat wij zien op die magische avonden
Als het Noorderlicht zich toont.





Dag Kay. Goede reis. En de groeten aan Chenak en Janouk. 

maandag 6 april 2015

De avonturen van Spot en de dame met baard.

Spot is niet de makkelijkste meer met vreemde honden. Was als pup alles nog leuk, na een paar akkefietjes met uitvallen, vooral naar honden naast fietsen, was de lol er voor mij een beetje af. Ik had het gevoel gekregen met 2 monsters aan de lijn te lopen, want valt Spot uit, dan doet broer Shadow gezellig mee. De twee musketiers zijn dan met hun kleine 50 kg moeilijk in toom te houden. 

Het maakte mij onzeker, wat Spot dan weer opvat als dat hij mij moet beschermen tegen al die enge honden. Omdat ik weet dat het ook een lieverd is, die het meestal echt niet kwaad bedoelt, dat zelfs een deel van het uitvallen simpelweg frustratie is, zoeken we naar manieren om dat vertrouwen in elkaar weer terug te krijgen. 
We gaan met hondentrainster Anya Perree naar de Groote Heide in Venlo. Een honden losloopgebied. Doodeng. Anya had de (lange) lijn vast en ik liep mee. Mezelf groot te houden. Te lachen. En vooral niet te schrikken. Wie zie ik daar? Een hele sociale Spot. Die met honden van groot tot klein kletst en snuffelt. Die als hij ruimte heeft prima duidelijk kan maken wat hij wel en niet leuk vindt. Conflicten liefst uit de weg gaat. 

Hierna mag ik zelf aan de slag. Hem aan de lange lijn kennis gaan laten maken met nieuwe honden. Brrr. Ik vind het spannend. Ik kies de slachtoffers met zorg: beetje groot en stevig graag, liefst ook van het vrouwelijk geslacht en sociaal vaardig. Mijn vriendin Jacqueline biedt zich aan. Het is alweer een jaar geleden dat we samen gewandeld hebben - dat krijg je ervan als je aan weerszijden van het land woont. In dat jaar is er veel gebeurd. Haar hond Gorby is helaas veel te vroeg overleden. Sneller dan gepland wordt hij opgevolgd door een nieuwe hond. Riezenschnauzerdame Shannah heeft heel snel behoefte aan een nieuw thuis en Jacqueline maakt in al haar verdriet ruimte voor deze dame omdat het NU moet. Achteraf vermoeden we de hand van Gorby. Het heeft zo moeten zijn want in een mum van tijd heeft deze dame zich ferm in hun huishouden genesteld. Het wordt dan ook hoog tijd om kennis te gaan maken. 

Dus toog ik afgelopen vrijdag met Spot en de lange lijn naar de Kampina voor een meet-en-greet met de dame met de baard. Ik ben een beetje te laat, rijdt de afgesproken parkeerplaats op en zie .. geen Jacqueline. Terwijl ze me wel heeft geAppt dat ze er is. Chips.... Als ik haar bel blijkt ze op een parkeerplaats een paar honderd meter verderop te staan. Op de achtergrond hoor ik ongeduldig gepiep. De dame wil overduidelijk actie en geduldig wachten is niet haar stiel. Dat heeft ze dan gemeen met Spot. Ik hoop alleen dat ze niet al te onbesuisd is want daar is mijn meneer dan weer niet zo van gediend.

Uiteraard heb ik mij druk gemaakt om niks. Als we aankomen inspecteert Shannah de auto en wordt er al nieuwsgierig aan elkaar gesnuffeld door de spijlen van het hek. Ik haal Spot uit de auto, dame en heer draaien even om elkaar heen en ... we kunnen op pad. Ze hebben elkaar goedgekeurd. 
Dikke vrienden

Vijf uur zwerven we door dit prachtige gebied. De enige keer dat Spot uitermate geirriteerd een felle blik op Shannah werpt is als ze voor de zoveelste keer zijn lijn als trekspeeltje gebruikt. Ik schiet in de lach. Weet hij ook eens hoe het voelt. Tenslotte ben ik meestal zijn slachtoffer als hij mij weer eens de berm in sleurt. 
Gezellig samen op stap


He kijk, wat leuk, hier ligt een trekspeeltje!
Dat sleuren valt vandaag erg mee. Hij heeft maar twee "fijne acties". Een keer als we ze laten poseren voor een foto naast het ven. Ik zit om mijn hurken klaar om een plaatje te schieten maar meneer ziet iets in de naastgelegen weide waar hij ineens in noodtempo naartoe sprint. De lijn ligt op de grond. De lange lijn. Van bijna 10 mtr. Die hij ten volle kan benutten. Gelukkig zie ik het nog een beetje aankomen en trekt hij me niet ondersteboven en vlieg ik staande een paar meter mee - de camera nog veilig in mijn hand. Jacqueline merkt droog op "ik snap wel dat jij soms last van je rug hebt" en verbaasd zich over Spot's reactie snelheid. 


Uhm, tja... Spot is alvast weg... 
De tweede keer is weer eens een Spotse belevenis. We zijn bijna aan het einde van de wandeling en Spot lijkt moe. Shannah nog niet (echt waar, Riesen hebben meer energie dan husky's!). Shannah loopt Spot uit dagen maar die heeft er niet echt zin in. De lijn ligt languit om de grond om ze communicatie ruimte te geven. 

Ineens schiet Spot in volle sprint weg. Om Jacqueline heen. Ik bereid me voor op een verschrikkelijke klap want ik kan niet meebewegen zonder Jacqueline ondersteboven te lopen. Shannah sjeest achter hem aan. Het einde van de lijn nadert. En kort rukje. Geen klap. Wel een losse husky. We roepen en even aarzelt Spot. Maar de verleiding is te groot en hij racet het bos in. Al snel helemaal uit zicht. 

De ring van de lijn licht in 2-en gebroken op het pad. Een paardenlongeerlijn dus. Ik vloek. Wat nu? Een husky los op een terrein van natuurmonumenten, waar ook nog eens Highlanders en paarden lopen naast de reeen die we eerder vandaag ook al tegen kwamen. Niet fijn. Ik roep nog een paar keer, weet eigenlijk dat het vergeefse moeite is. We zijn bijna bij de auto, maar Joost mag weten waar Spot heen is. We besluiten een stukje terug te lopen naar een kruising met een brede zandweg. Misschien zien we daar iets. 
Tegelijk probeer ik mijn uiterste redmiddel. Ik ga staan, plant mijn voeten stevig op het pad en gooi mijn hoofd achterover. Uit alle macht begin ik te huilen: "Spot waar ben je hier ben ik" is de emotie die ik uit probeer te drukken. 

Even verderop komen we nog wat mensen tegen met honden. Ze beloven naar hem uit te kijken en ik ben wel heel blij dat hij zijn penning met mijn mobiele nummer om heeft. Terwijl ik aan een gezin met kinderen uit sta te leggen dat ik het was die huilde en niet mijn hond (het was blijkbaar wel een goede imitatie) hoor ik ineens "daar is hij!". Als een blijde gup komt hij het pad af gesjeesd, helemaal vrolijk danst hij om me heen. We zijn allemaal blij en opgelucht. Hoewel. Er is er 1 die niet blij is. Spot krijgt even behoorlijk op zijn kop van Shannah. Dat zint haar echt niet, dat hij er zonder haar vandoor is gegaan! 
Beduusd komt Spot naast me zitten en laat zich rustig geïmproviseerd aanlijnen. Het is maar een paar minuten geweest, maar 't leek weer eens veel langer. Opgelucht hervatten we de natte route naar de auto's. Daar aangekomen leg ik spot vast aan een boom en eten Jacqueline en ik nog een lekker stuk vlaai. Shannah probeert wat te bietsen en Spot? Die niet. Die ligt te knikkebollen.
Knappe, vrolijk en lieve dame Shannah

"S avonds ligt hij naast me te dromen. Vast van zijn nieuwe vriendin. Ze is zwart en heeft een baard met neiging naar snor. Het deert hem allemaal niet. Ze is gewoon leuk. Daar zijn we het helemaal over eens! 





"Wist je dat" honden met een zwarte vlek op de tong beter speuren? 


Statige zwanen op 't water van 1 van de vele vennen. Sommige vennen liepen tot op het pad trouwens. 

Spot spot weer eens van alles - en geniet

dinsdag 31 maart 2015

Herinneringen aan Chenak en Janouk: Showtime

Je eigen hond is de mooiste, toch? We hebben de mannen ruim een half jaar en onze fokker vraagt of we mee willen doen aan de clubmatch van de Siberische husky club Nederland. We laten ons overhalen en zonder enige formele “ringtraining”  (ik had zelfs nog nooit van het woord gehoord) begeven we ons naar een manege in de Betuwe. 

Bij aankomst zien we een prachtig rastypisch tafereel ; een man doet verwoede pogingen zijn twee honden van een dood konijn vandaan te trekken. Gelukkig, daar passen die monsters van ons naadloos tussen. 

Van de rest van de dag kan ik me niet zoveel meer herinneren. Het was saai, eindeloos rondhangen in een hal. 
Het was vals. Een vrouw beging tegen mij, onervaren hondeneigenaar Janouk af te kraken. Hij is veels te mager, we geven hem geen goed voer en hoe hebben we het zover kunnen laten komen! Wat timide meld ik terug dat de fokker het gewoon heeft over "puberslungel"  en "komt wel goed". Nou, dat was toch echt onzin. Zegt de vrouw nog drie keer. Die een concurrent van onze fokker blijkt. Met andere ideeen over "waar het ras heen moet". Dat hoor ik allemaal veel later pas. 

Enigzins van streek ga ik met Janouk de ring in. Hij doet het best goed en krijgt een "zeer goed" en een “will mature with age”. Lang leve de neutrale keurmeesters. We gniffelen nog wel even over het feit dat in de beoordeling staat "te lange tong". Meneer lebbert altijd aan onze handen en dan trekken wij daar wel eens aan om hem een beetje te plagen. Toch maar niet meer doen! 


Chenak doet het samen met Hans prima, geniet van alle aandacht en wordt tweede in zijn klasse met een "uitmuntend". Ben trots. 

En passant verloochent hij zijn ware aard niet en  presteert het om uit zijn halsband te glippen en naar buiten te stormen. Het voordeel van vele husky eigenaren bij elkaar; roep “Hond los” en iedereen gaat in een soort ‘red alert’ modus om zich desnoods met een snoekduik op andermans hond te werpen. Gelukkig laat Chenak zich makkelijk vangen door een goede bekende van ons



Tot slot markeert Janouk nog even het rek met kleding. De eensgezinde conclusie van manlief en mij luidt "Niet voor herhaling vatbaar." We wisten toch al dat we mooie honden hadden. Volgend weekend gaan we liever samen op stap naar buiten, de natuur in. Tot verdriet van de fokker is het bij die ene keer gebleven.  


Het duo op z'n mooist:poserende in de sneeuw
Koninklijke Chenak
En Janouk "maturede" toch heel aardig. 


zondag 15 februari 2015

Portretrecht - of waarom een husky

Ik moet het bekennen. Het is gewoon waar. We hebben husky's omdat we ze zo mooi vinden. Slechte reden om ze aan te schaffen? Misschien wel. Maar het heeft ook zo z'n voordelen. Omdat ik stiekum verliefd ben op mijn meneren kan ik ze ook heel veel vergeven. Vandaag nog zei een vriendelijke dame "Wat hebben jullie toch mooie honden." en dan glunder ik toch even. 
Dus maar weer eens met de camera gespeeld. Kijk en oordeel zelf. Mijn mode-accesoires. En profil en in detail. Portretten van wat met recht portretten mogen heten.











zondag 8 februari 2015

Waar is Koning Winter?



Pad? Welk Pad?

Ik sjok op mijn laarzen door de plas die het pad vervangt. Shadow probeert droge voeten te houden maar het is hier onbegonnen werk. Aan mijn linker voet bemerk ik de sensatie van ijskoud water dat zich een weg naar binnen baant en mijn wollen sok doorweekt. Yuk. De reparatie van de lekkende naad heeft gefaald. 

Het schijnt winter te zijn maar in plaats van sneeuw, ijs en vorst worden we getrakteerd op regen
 en modder. Veel modder. Blubber. Mijn broek is permanent bruin gecoat (van buiten dus) en  elke step sessie wordt afgesloten met de tuinslang. 

De heren weten al wat er volgt als ik de handdoek in de gang oppak. Lijdzaam ondergaan zij het “pootjes poetsen”.  Of in Spot's geval; lijdzaam ondergaat hij het nadat ik hem gevangen heb. 

De zegeningen van ons Hollandse klimaat, waterkou en kwakkelweer. Voor het tweede jaar achter elkaar. Ik vind het helemaal niks. Kou wil ik. Vorst. Rijp op de velden. Sneeuw op de bomen. Tintelwangen en versteende vingers. Snot dat bevriest in je neus. Stuiterende huskyheren die willen rennen voor een step over hard bevroren paden, niet dat gezwoeg door zuigend zand en geglij op gladde blubber. 

Gelukkig schijnt vandaag de zon. Die maakt dat de wereld weer wat groter en vrolijker. De vogels zingen al in de bomen, blijkbaar hebben zij de lente al voor geopend verklaard. 




Ik niet. Ik hoop nog steeds op een vorstperiode. Met een flink pak sneeuw aub. Niet dat geneuzel van 2 cm natte prut die dooit en weer bevriest zodat de wegen spekglad worden. Nee, gewoon een halve meter aub, met overdag temperaturen rond -5C en zon. Zodat ik het iets minder erg vind dat onze jaarlijkse dosis wintersport niet door gaat dit jaar. En de ski’s nog even tevoorschijn kunnen komen. En de heren nog eens kunnen snowdiven. 




Maar helaas. Koning Winter lijkt zijn gezicht niet te tonen. Althans zijn witte gezicht niet. Toch bang geworden in de Zwarte Piet discussie? Kiest hij daarom voor modderbruin en vele tinten grijs? Aha, nu snap ik het. Tinten grijs. Succes verzekerd....