vrijdag 8 juli 2016

Waarom? Nou daarom!

Voet voor voet stap ik naar boven. Ik hijg. Stop even om met een heup-schouder-zwiep mijn rugzak een fractie te verplaatsen. Even de druk van de schouderbanden die beginnen te knellen. Deze helling moet we nog op, stukje afdalen aan de andere kant en hopen op een vlak stukje grond en stromend water. Hoe ver precies nog? Geen idee. Over stromend water gesproken; in de verte rolt de donder. Indrukwekkende wolkenpartijen verzamelen zich aan de overkant van het dal en ik hoop van harte dat ze daar blijven.










Wij volgen de GR509 van Pontarlier richting Les Rousses door het middelgebergte van de Jura. Bewoond gebied. Dorpjes genoeg, met winkeltjes, gites en hotels. De afstanden zijn niet groot, de toppen niet woest en ledig. We doen een hele dag over een afstand die we met de auto in een half uurtje afgelegd hadden. Om dit landschap te zien, hoef ik er er niet doorheen te lopen. 
Wil ik het wel lopend, zou het ook kunnen met de helft van het gewicht als we zouden kiezen voor een tocht van hotel naar hotel. Ik heb een goedgevulde bankrekening, dat is het probleem niet. En toch, ik loop hier te sjouwen en geniet.

Maar waarom doe ik dit? Waarom wil ik dit, heb ik het nodig, waarom waardeer ik het in andere mensen als ze het ook doen?' Die vraag spookt door mijn hoofd naar aanleiding van een pittige discussie met een vriendin over reizen en risico's. Over waarom je ergens heen wil. Wat je daar zoekt.

De kilo’s op mijn rug zijn wat we de komende week nodig hebben. Niks meer en niks minder. Zorgvuldig uitgezocht. De keuze bij het pakken is :’heb ik dit nodig en ben ik bereid ervoor in zweet te betalen'. Want ik moet het zelf meesjouwen. Het geeft een zekere rust in mijn hoofd; hier moet ik het dus mee doen.

Datzelfde geldt voor de route: op de kaart of op de foto's kan het er nog zo mooi uitzien, je moet het doen met wat je voor je voeten krijgt. Ook als dat betekent dat het tegenvalt. Zoals de eerste etappe die een rare bocht maakt pittig omhoog naar een kasteel dat we niet bekijken en glibberstijl weer omlaag naar bijna dezelfde plek. We mopperen om de “inspanning voor niks”. Om vervolgens een beetje schaapachtig te concluderen dat we misschien ook even het kasteel hadden kunnen bekijken. Tenslotte hebben we geen haast. 

De haast discussie duikt ook weer op als we naar de dreigende lucht boven het weer waar we langs gaan lopen. Ik wil rustig een foto maken, manlief dringt aan op doorlopen. “Gaan we nat worden dan?” vraag ik poeslief. Manlief zegt dat niet te weten. En hoe laat al helemaal niet. Nou, dan maakt de pauze voor de foto ook niet uit. We hebben het toch niet in de hand. 


Of  neem de dag dat we aankomen in Mouthe. De bron van de Doubs is prachtig, de zon komt zowaar door en dampend kijken we naar waterspreeuwen die hun jong voeren. Mooi! Maar dan begint het weer te regenen en onze tentstok is de dag ervoor gebroken. We besluiten onszelf te trakteren op een gite. Maar die zijn dicht of zogenaamd vol. Het dorp is lelijk. De regen blijft vallen. Dan toch maar kamperen.  We sjouwen 2 kilometer terug over een drukke weg naar een camping die niet meer blijkt te bestaan. We worden in de zeik genomen door een Fransman als we vragen waar we wel zouden kunnen slapen. 
Om dan het hoofd hoog te houden en de lol erin is even lastig. Toch is het een goede oefening. Want je hebt het te doen met wat er is, je moet er zelf wat van maken. 

We repareren de stok, kamperen pal naast de bron van de Doubs en worden beloond met een prachtige zonnige avond. 

Gaandeweg went mijn lijf weer aan de inspanning en krijg ik lol in mijn eigen kracht. Als we een dag zonder rugzak lopen vlieg ik voor mijn gevoel de berg op. Hoe moeilijker het pad, hoe leuker ik het vind. Asfalt vind ik echt dodelijk saai om op te lopen, mijn voeten doen zeer en ik ga mopperen. Op asfalt wil ik iets met wielen: een fiets of een auto. Weer wat geleerd over mezelf. 


Volgende keer gaan we weer moeilijker terrein opzoeken, met iets meer uitdaging, minder asfalt en meer hoogtemeters. De kilo’s waren precies goed. Ik weet weer hoe het moet: op mezelf aangewezen zijn, flexibel blijven en genieten van wat zich aandient. Of dat nou leuk of minder leuk is. Want je moet het er gewoon mee doen als je op trekking bent en dat is leuk. Ook als het tegenzit, want dan zit de lol in het overwinnen van tegenslagen. Oftewel: “when the going gets tough, the tough get going” 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen